Ga jij stemmen?

Echt Lies

Als tiener heb ik geleerd dat je gebruik moet maken van je stemrecht. Dat je er trots op mag zijn dat we (als vrouw) mogen stemmen in Nederland, dat we niet leven in een dictatuur, en dat we onze mening mogen uiten.

Toen de stemkaart voor het referendum morgen in de bus rolde dacht ik echt even huuh?
Waterschap hadden we al gehad, de landelijke verkiezingen duren nog wel even, en de gemeenteverkiezingen kwamen er ook niet aan. Wat was dit dan?
Na de envelop open te hebben gemaakt wist k het weer. Het geenstijlreferendum.
Het burgercomité dwong dit referendum in samenwerking met geenstijl af. Fijn voor ze, harstikke leuk. Maar wat moet ik ermee? Is het van mij van belang?

Ik had me er verder totaal niet in verdiept, wist niet waar het precies over ging, en al helemaal niet wat ik moest stemmen.

Op zoek naar de stemwijzer dan maar..
Tja die is er niet. De website meld dat er geen subsidie is afgegeven hiervoor omdat het subsidieplafond is bereikt. En dan te bedenken dat het jaar nog maar net begonnen is, maar goed. Dat schiet dus ook niet op.Als ik ga googlen op referendum oekraine vind ik vooral langdradige websites, met veel moeilijke taal, dure woorden en hele alinea’s die volgens mij direct geschrapt hadden kunnen worden. Ik kan er geen wijs uit.
Geenstijl zelf is duidelijk bevooroordeeld. Zij brengen vooral nieuws en meningen waar zij achter staan. Daar heb ik ook niks aan.
Tot ik na lang googlen opeens bij de verdragswijzer uit kwam. Dat bracht meer duidelijkheid.

Maar intussen moet er nog steeds gestemd worden. Wij zijn er inmiddels uit. Maar ben wel benieuwd wat jullie doen. Ga je stemmen? Waarom wel/niet? En wat vind jij?

 

 

Nadelen van een kale kop

Echt Lies

Zoals je her en der op mijn blog en site al hebt kunnen lezen ben ik niet zonder rede kaal.
De alopecia zorgt ervoor dat ik inmiddels al langer zonder dan met haar loopt.
Door de jaren heen ben ik tegen aardig wat nadelen opgelopen. Benieuwd of jij je beseft dat haar best makkelijk is dacht ik, ik schrijf ze eens op:

– In de winter is het best koud zo’n kaal hoofd. Met name in bed. En door het vele draaien blijven mutsjes niet zitten.

– Zweet en regen lopen zo vanaf mijn hoofd mijn wenkbrouwloze voorhoofd over mijn wimperloze ogen in. En dat is dan weer pijnlijk.

– Ik zweet sowieso al snel, maar doordat mijn haar het nu niet afvloeit lijkt het soms net alsof ik een regenwolkje ben dat leegloopt.

– Ik zie er altijd het zelfde uit in mijn gezicht, het enige dat ik kan veranderen is mijn bril, even lekker gek doen met een ander kapsel zit er niet in.

– Hagel op je hoofd doet zeer! En sneeuw wordt op een gegeven moment best wel heel erg koud.

– In de zomer verbrand mijn hoofdhuid sneller. Een petje is noodzakelijk. (en laat ik daar nu een hekel aan hebben.)

– Mensen associëren kale hoofden met kanker. En ondanks dat ik heel blij en gelukkig ben dat ik gezond ben, levert het nog wel eens rode hoofden en verlegen momenten op als mensen denken dat ik ‘ook’ ziek ben.

Wat lijkt jou een nadeel van geen haar hebben? Of zou je stiekem je eigen hoofd ook wel eens kaal willen scheren? Van de week een update met de voordelen van een kaal hoofd!

Wat heb je toch dankbaar werk

Echt Lies

Zaterdagavond, 8 uur, op Rtl 4 is Johnny de Mol op stap met een jongen met een verstandelijke beperking. Hij werkt in een restaurant, rijd in een scootmobiel, heeft een groot sociaal netwerk om zich heen en woont en leeft redelijk zelfstandig. Er wordt gelachen, af en toe vloeit er een traan. Johnny gaat zijn grootste wens uit laten komen!

Zaterdagavond, 8 uur, de zorginstelling waar ik werk. Alle clienten hebben net gedoucht, zijn in pyama gestoken en zitten fris gewassen te wachten op wat komen gaat. De een in zijn eigen kamer, de ander wandelt wat over de gang, weer een volgende zit klaar voor GTST in de woonkamer, dat dat op zaterdag niet uitgezonden wordt, tja daar heeft hij geen benul van. De koffie loopt door, en wij als begeleiders halen op ons gemakje iedereen naar de woonkamer. Sommige worden geroepen, andere  hand in hand begeleid.
Terwijl iedereen aan de koffie zit ontstaat er ineens onrust. Een van de cliënten staat op en gooit zijn koffie door de kamer. Een ander schrikt hier zo van dat hij ook begint te gillen en uit schrik om zich heen slaat, ik zit naast hem en ben de gene die de klap op vangt. Liever ik dan een van andere mede cliënten denk ik nog.

En zo gaat het wel vaker. Ik werk nu ruim 12 jaar in de gehandicaptenzorg, en werk al flink wat jaren met een doelgroep waarvan je de cliënten weinig op tv zal zien.
We komen sowieso niet zo heel veel van het terrein af. Niet omdat we niet willen, maar gewoon omdat het lang niet altijd gaat. Omdat het teveel onrust of spanning met zich mee brengt wat weer de nodige gevolgen heeft. Driftbuien, paniekaanvallen, en onverwachte reacties zijn op het werk aan de orde van de dag. We weten niet beter, handelen zoals we geleerd hebben en zoals afgesproken is, en gaan weer verder waar we gebleven waren. Pas als ik dit soort dingen thuis vertel weet ik dat het niet normaal is, dat het er voor mij bij hoort, maar dat een ander het totaal vreemd vind dat er op het werk geslagen, geschopt en gebeten wordt. De buitenwereld vind dit niet fijn om te zien, en voor de cliënt zelf is het al helemaal niet fijn. Met regelmaat worden we erop aangesproken of we niet wat minder kunnen gillen richting de client die 6 meter voor ons loopt, kun je de cliënt niet aan de hand houden? Waarom leg je hem op de grond? Mag hij niet gewoon lopen? Geloof me als ik zeg dat we weten wat we doen, dat we dit ook niet leuk vinden, en dat we echt het beste voorhebben met de cliënt.
Niet dagelijks gaat het mis, maar wel frequent. Lang niet altijd uit opzet, vaak wel uit onmacht.

Hoe vaak we niet horen ‘wat heb je toch dankbaar werk’.
Heel dankbaar om iemand die ziek is te helpen, heel dankbaar is het ook als de cliënt heeft geprobeerd zelf de viezigheid op te ruimen, waardoor het nu tegen de muren en over de grond zit. Heel dankbaar om een cliënt te beschermen tegen de buitenwereld. Net zo dankbaar dat het is om de klappen op te vangen om te voorkomen dat de ander geslagen wordt.

Ik besef me heel goed dat ik (heel bewust!!) met een uitzonderlijke doelgroep werk. En ik schrijf deze blog dan ook niet om medelijden te kweken. Maar wel om mensen te laten inzien dat werken in de gehandicaptenzorg niet altijd is zoals we op tv zien.
We knokken voor onze cliënten, gaan letterlijk door vuur, de bezuinigingen vanuit de overheid worden steeds verder doorgevoerd. Steeds minder is er mogelijk, gewoonweg omdat er het geld niet voor is. Regels van bovenaf worden ons opgelegd, of het nu werkt of niet, we moeten wel. Maar we doen er met zijn alle alles aan om de cliënten daar zo min mogelijk van mee te geven. Proberen tussen de dagprogramma’s en structuren door het zo leuk en gezellig mogelijk te hebben. Soms lukt dat, soms niet.

En die glimlach aan het einde van je dienst, die cliënt die na een onrustige dag toch rustig naar bed gaat, die ene goede vergadering, of het compliment van ouders, dat maakt dat mijn werk ‘dankbaar’ is. Verder is het vooral leuk, koos ik er zelf voor. Maar dankbaarheid zoals Johnny op zaterdagavond krijgt krijgen we niet. En soms is het wel eens lastig dat ‘de buitenwereld’ dat niet wil zien. Dat de overheid niet inziet dat we met wat minder bezuinigingen heel veel mensen een stuk gelukkiger kunnen laten zijn.